• Zaterdag 3 oktober 2020 gaat voor het zesde toch wel de boeken in als meest bijzondere zaterdag ooit. Waar de mannen (in de meeste gevallen) al meer dan dertig jaar op de mooiste dag van de week ‘thuis’ komen op ‘t Achterveen om hun geliefde sport te beoefenen. Daar troffen ze nu een half verlaten sportpark, zonder sfeer, zonder hartelijke begroeting van leden van de familieclub Hatto Heim. Het voelde een beetje als verschijnen op een feestje waar het grootste deel van de gasten niet is komen opdagen.

    Door de ingevallen herfst voelde het sportpark nog desolater. Het gaf een wat vreemde sfeer, maar eenmaal op de grasmat aangekomen begon het bloed toch weer wat sneller te stromen. Uiteindelijk kon er toch gevoetbald worden en dat was al veel waard in deze onzekere tijden.
     
    Otti en Paulus waren al vroeg in de week begonnen met het leggen van de puzzel, want de voorbije weken hadden geleerd dat het nog geen sinecure is om een volwaardige selectie op de been te krijgen.
    Vanwege de nog steeds overvolle geblesseerdenboeg en arbeidsrechtelijke verplichtingen van deze en gene, moest er toch weer een beroep gedaan worden op de collega teams.
    Één berichtje van Otti op de app bleek voldoende en zo konden de mannen met hulp van Jack en Fiechie toch met voldoende volk aan de aftrap verschijnen.
     
    HTC 5 was een onbekende ploeg voor het zesde, achteraf gezien hadden de mannen dat liever zo gehouden.
    Ik zal u niet vermoeien met een heel betoog over dat team, want dan geef ik ze teveel eer. Laten we het erop houden dat ze het zesde niet lagen. Vrienden van Björn K. zullen het ook niet worden naar mijn bescheiden mening.
     
    De verdediging had (noodgedwongen) een metamorfose ondergaan, Fiechie stond op rechts, centraal Bassie en Paulus (die het ook weer eens ging proberen) en op links Bobbie. Dat was voor Bobbie zelf net zo’n grote verrassing als voor zijn medespelers. Maar zoals u weet is Otti al vaker een visionair gebleken en dus is het niet verwonderlijk dat dit meer dan goed uitpakte. Bobbie had zijn tegenstander in de zak en nam bovendien een aanzienlijk deel van de opbouw voor zijn rekening.
    Paulus zette de lijnen uit en was vooral ook druk om Bassie zijn dadendrang eningzins te beteugelen. Bassie is natuurlijk gewend om
    de gehele flank te bestrijken, maar in een centrale rol is dat wat minder efficiënt. Bovendien liep Paulus nog niet heel soepeltjes en had hij Bassie graag zo dicht mogelijk bij zich om evt. gevaar in de kiem te smoren.
    Uiteindelijk liep dat als een trein, menig tientonner van HTC (die gasten waren 2 meter lang en 1 meter breed en niet bepaald afgetraind zeg maar) vond zichzelf al spartelend op zijn rug terug.
    Fiechie speelde of hij al jaren meedraait binnen de gelederen van het zesde.
     
    Merchandiser was deze middag weer de sluitpost. Op zich had hij niet veel te doen, hij keek een bal op de paal, moest één keer vissen en won een aantal één tegen één duels (zoals te doen gebruikelijk).
     
    Op de midden had Otti ruimte ingeruimd voor Eitje, Suiker en Kolkie. Die stonden hun mannetje, meer dan dat zelfs. De eerste helft hadden ze het heft stevig in handen.
     
    Voorin mochten Jack, Ono en de Buurman hun kwaliteiten ten toon spreidden. De aanvoer was minimaal, dus voor hen bleek het een moeizame middag.
     
    Het zesde begon op twee momenten van ontbrekende scherpte goed aan de wedstrijd. Goed, het tempo lag wat aan de lage kant misschien en veel kansen werden niet gecreëerd. Maar de geelblauwen waren zeer zeker de bovenliggende partij. Dat kon haast ook niet anders, want bij de gasten viel weinig voetbalgogme te ontwaren.
    Toch zagen de gasten kans om Merchandiser een bal op de paal te laten kijken en knikten ze, na een overtreding op Bassie weliswaar, een voorgegeven vrije trap vakkundig in het doel.
     
    Hatto Heim was gevaarlijk met een vrije bal en halve omhaal van Eitje, verder waren er niet veel aanvallende impulsen waar te nemen.
     
    De wedstrijd voornamelijk veel stil, vanwege Zwols gemekker aan het adres van Björn K. Ik n als Björn K. ergens een hekel aan heeft dan is het wel Zwols gemekker.
    Ook stond er steeds een mannetje met een blauwe jas in het veld te discussiëren met Björn K. Of hij probeerde zijn manschappen duidelijk te maken wat ze moesten doen en dat dan binnen de lijnen, heel raar.
     
    Het weer paste zich aan aan het vertoonde spel, Of andersom. Beiden werden in ieder geval steeds slechter. Van een enkele drup, naar vieze miezer regen naar flinke buien. Zo ging het ook met het spel. Van een enkele fout, naar veelvuldig balverlies tot niet meer om aan te gluren.
     
    In de rust kwamen JP, Martin en Wessie (ja u leest het goed) binnen de lijnen. Vooral het inbrengen van Wessie zorgde voor een positief gevoel binnen de ploeg. De kersverse trainer van het tweede is zo fit als wat en als hij binnen de lijnen staat gebeurt er altijd wel wat.
     
    En het duurde niet lang tot zijn eerste wapenfeit een feit was. Met een simpel overstapje stuurde hij twee tegenstanders het bos in en had hij vrije doortocht naar het vijandelijke doel.
    Helaas was hij hiervan zelf nog het meest onder de indruk, waardoor hij in een moment van verstandsverbijstering besloot om direct op goal te schieten in plaats van door te lopen en zijn kans op een doelpunt te vergroten. Boze tongen beweerden dat hij gewoon lui was en niet de moeite wilde nemen om verder te lopen.
    Hoe dan ook, zijn poging om de stand gelijk te trekken mislukte jammerlijk.
    De sfeer in en langs het veld werd er niet beter op en ook dat kwam het spel niet ten goede.
    Naast de vreemde man met het blauwe jasje kwamen steeds meer Zwolsche Maloten (nee, u hoeft niet in de pen te klimmen om mij een standje te geven voor het hanteren van een scheldwoord. Dit betreft namelijk een geuzennaam die ze zichzelf hebben aangemeten en is dus niet bedoeld als scheldwoord. Overigens gedroegen ze zich wel als maloten, maar dat terzijde.) het veld ingestormd om Björn K. te doen overtuigen om op zijn fluit te blazen. Stoïcijns als hij is keek hij het allemaal met verbazing aan en dacht er het zijne van.
     
    Veel aanvallende impulsen konden de wissels en Van Weeghel (wederom foutloos aan de vlag en een baken van rust langs de lijn) niet meer ontwaren. Een aanslag van Suiker op een roodborstje hoog in de boom, dat was het dan wel.
     
    Een droevige aftocht met wederom een verliespartij op zak, van een tegenstander die van alles kan behalve ..... Heb ik toch nog weer teveel woorden aan ze vuil gemaakt.
     
    Met de wijze woorden van Ono wil ik dit relaas dan toch nog enigszins positief afsluiten. “Het mooie is dat wij weten dat we beter kunnen dan dit, dat kunnen we van onze gasten niet zeggen.”
     
    Volgende week gaat het vast weer iets beter en hopelijk wordt de ziekenboeg dan weer iets kleiner. Volgende week reizen we af naar Hasselt, om aldaar tegen Olympia ‘28 5 te spelen. We zullen zien wat ons dat brengt.