Menno van de Worp vindt na operatie spelplezier terug bij Hatto Heim, waar 14 familieleden rondlopen.
Hatto Heim is uitstekend aan de competitie begonnen en dat onderstreepte de ploeg tegen Olympia’28 nog maar eens: 3-0.
De eerste periodetitel ligt voor het oprapen, maar wie kijkt naar het niveau dat bij vlagen wordt gehaald, weet dat de geel-blauwen misschien wel kans maken op meer.
In de openingsfase liet Olympia’28 zich niet onbetuigd en kregen beide ploegen kansen.
De gasten verdienden zelfs een penalty, maar Rubin Boerhof knalde de bal hard naast.
Na de 1-0 van Robin van der Ziel was Hatto Heim los. Inspelen en doorbewegen, fraaie combinaties, kantwisselingen; de ploeg liet zien niet voor niets bovenaan te staan en nog steeds ongeslagen te zijn.
„We hebben een ploeg met veel kwaliteiten.
We staan goed, geven weinig weg en creëren zelf veel kansen”, vertelt Menno van de Worp.
De spits begon op de bank, aangezien hij de laatste weken problemen met zijn hamstring had.
„Donderdag besloten we om niet te starten en voorzichtig te zijn, aangezien we al genoeg geblesseerden hebben.”
Gescheurde enkelband
Van de Worp kwam afgelopen zomer over van WHC. Zijn periode in Wezep was niet zijn meest gelukkige.
„Bij WHC kampte ik twee keer met dezelfde blessure. Ik had de binnenband van mijn linkerenkel gescheurd met een operatie tot gevolg.
Hatto Heim vroeg mij een jaar eerder al, maar ik wilde eerst kijken of ik na de operatie wel goed terug kon komen.
Al met al betekende het toch anderhalf seizoen niet voetballen.”
Het herstel van de aanvaller was goed en het bevalt hem tot nu toe meer dan prima bij Hatto Heim.
„Gelukkig sta ik weer op het veld. Ik wilde het spelplezier terugvinden en dat is gelukt.”
Daarnaast had Van de Worp nóg een reden om bij Hatto Heim te komen voetballen: familie.
Familieclub
„Ik heb hier 14 familieleden rondlopen. Mijn opa kwam ooit bij deze club, maar hij voetbalde hier niet. Mijn vader, twee ooms, twee broers en een aantal neven wél. Dat maakte de keuze om van WHC hiernaartoe te gaan makkelijker. Mijn neven zie ik hier iedere donderdagavond, na de wedstrijd op zaterdag zie ik de meeste familie. Ook buiten het voetbal zijn wij een hechte familie en zien en spreken we elkaar regelmatig.”
Toch is hij de enige Van de Worp in het vlaggenschip. „Mijn broer Lars en neef Gerben hebben ook voor het eerste van Hatto Heim gespeeld. Ik ben het derde familielid in het eerste elftal. De familie komt niet iedere keer kijken, maar vandaag waren ze er allemaal.”
Aanstaande periodekampioen
Het was ook een goed moment voor de familie om met zijn allen te komen, want de eerste periodetitel kon worden veroverd. DSV’61 pakte dankzij een treffer in de 88ste minuut toch nog een punt, waardoor de ploeg uit Doornspijk nog op gelijke hoogte kan komen met Hatto Heim.
Dan moet DSV zaterdag de uitwedstrijd van nummer twee ’t Harde winnen én moet Hatto Heim verliezen bij Swift’64, de nummer dertien.
„Het doelsaldo is met +6 in ons voordeel”, weet Van de Worp. „We wilden graag meedoen om de bovenste plekken, volgende week moeten we de periodetitel pakken. Ook in de beker zijn we door. Met 3-1 versloegen wij eersteklasser Nieuwleusen. We kwamen voetballend goed mee tegen een ploeg van twee klassen hoger.”
„Vandaag kwam dat voetballende vermogen er wederom uit. In het begin was het zoeken en creëerden beide teams kansen. Uiteindelijk hadden we de overhand, zowel qua spel als qua kansen.”
Verslag: De Stentor
Foto's © Henri van der Beek






